Een klant die al jarenlang met het openbaar vervoer naar ons toe kwam, vertelde het volgende verhaal.
Mevrouw haar haarwerk werd altijd door ons onderhouden. Dit bezoek was meer een ‘uitje’ voor haar. Ze had meerdere haarwerken, want zoals ze zelf zei, voor elke bui zet ik een ander haarwerk op, passend bij mijn stemming.
Soms een ‘jolige’ met gekke kleurtjes, of een ‘nette’ voor uitgaan, maar ook (zoals ze het noemde) een ‘poetspruik’.
Die ochtend was ook weer een gezellige morgen met haar. Ze had een jolige bui, dus daar hoorde de ‘jolige’ pruik bij. Maar ze had binnenkort een bruiloft, dus de nette pruik moest worden opgemaakt. Deze nam ze keurig ‘opgemaakt’ in een doos mee. De doos werd zorgvuldig opgeruimd in een tas en zo verliet ze de zaak. We wensten mevrouw een mooi feest toe.
Na een aantal uren belde deze mevrouw in tranen op. Ze was in de trein in slaap gevallen. Ze kon nog net op tijd uitstappen. Eenmaal thuis wilde ze het ‘feestkapsel’ (nette pruik) op een stander zetten, tot ze tot de ontdekking en schrik kwam dat ze het ‘feestkapsel’ in de trein was vergeten. Ze had de inlichtingen van de trein al gebeld, maar er was geen ‘feestkapsel’ gevonden helaas.
Ondanks dat mevrouw meerdere haarwerken bezat, was deze ‘nette pruik’ toch wel heel speciaal voor haar. Of we op korte termijn wilden helpen voor een nieuw ‘feestkapsel’. En zo kwam er een nieuwe ‘nette pruik’ oftewel feestkapsel. (Helaas is de verloren pruik nooit meer gevonden.)